Bijtelling door privégebruik auto met nhilbijtelling

Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het inkomen plaatsvinden als niet kan worden aangetoond dat het privégebruik op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer heeft bedragen. Het is niet van belang of iemand in een kalenderjaar over één of meer auto’s de beschikking heeft gehad. De grens van 500 privékilometers betreft het privégebruik van alle in dat jaar ter beschikking gestelde auto’s. Ook de kilometers die worden gereden met een auto met een nihilbijtelling tellen mee. Dat heeft gevolgen wanneer in een deel van een kalenderjaar een auto met een ander bijtellingspercentage dan nihil wordt gebruikt.

In een procedure voor Hof Amsterdam bleek uit de rittenregistraties dat een werknemer in een jaar in totaal meer dan 500 kilometer privé had gereden. De eerste tien maanden van het jaar had de werknemer een auto tot zijn beschikking gehad met een bijtelling van 25%. In die periode had hij 376 privékilometers gereden. Daarna had hij een auto met een nihilbijtelling. In de veronderstelling dat de privékilometers door de nihilbijtelling niet van belang waren, had hij in de laatste twee maanden van het jaar 242 kilometer privé gereden. Het totaal aantal privékilometers kwam daardoor uit op ruim 600. Dat was voldoende om over de eerste tien maanden met een bijtelling voor privégebruik te worden geconfronteerd.

Het hof begreep de gedachtengang van de werknemer en merkte op dat de wettelijke regeling innerlijk tegenstrijdig is. Gezien de bedoeling van de wetgever om het voordeel van het privégebruik van een auto met een nihilbijtelling niet in de heffing te betrekken, ligt het niet voor de hand om de met een dergelijke auto gereden kilometers mee te tellen om te zien of de 500 kilometer grens is overschreden. Tijdsevenredig gezien zou het privégebruik met de 25%-auto minder dan 500 kilometer op jaarbasis hebben bedragen. Omdat bij de invoering van de nihilbijtelling de systematiek van de bijtellingsregeling niet is gewijzigd, moest in dit geval het privégebruik van beide auto’s worden meegenomen om te bepalen of in de eerste tien maanden een bijtelling voor privégebruik moest plaatsvinden.