Evaluatie 30%-regeling

De 30%-regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om 30% van het loon plus vergoeding onbelast te vergoeden aan werknemers die van buiten Nederland afkomstig zijn om hier te werken. Het gaat om een forfaitaire vergoeding van de zogenaamde extraterritoriale kosten van deze werknemers. De vergoeding is onafhankelijk van de werkelijk gemaakte extra kosten van verblijf buiten het land van herkomst. Het ministerie van Financiën heeft een evaluatie van de 30%-regeling uit laten voeren. De staatssecretaris van Financiën heeft bij de aanbieding van het rapport van deze evaluatie aan de Tweede Kamer gezegd dat een inhoudelijke reactie aan een volgend kabinet wordt overgelaten.

De 30%-regeling is aan een aantal voorwaarden gebonden. De werknemer moet een ingekomen werknemer zijn, die beschikt over een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars voorhanden is. Er moet tijdig een beschikking aangevraagd worden en de maximale looptijd van acht jaar van de regeling mag nog niet verstreken zijn. De ingekomen werknemer moet voor zijn komst naar Nederland meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens gewoond hebben.

Volgens de onderzoekers zijn er grote verschillen onder de gebruikers wanneer gekeken wordt naar de ruimte van de forfaitaire aftrek. Voor 15% van de gebruikers is het forfait te krap, voor 50% te ruim en voor 35% passend. Voor hogere inkomens vormt de 30%-regeling een fiscale subsidie. Gebruikers uit welvarende en dichtbijgelegen landen blijken relatief weinig extraterritoriale kosten te hebben. Deze groep profiteert daardoor sterk van het forfait.

In de praktijk blijkt dat de 30%-regeling wordt betrokken in de salarisonderhandelingen tussen de werkgever en werknemer waardoor het voordeel soms bij de werkgever, soms bij de werknemer en soms bij beiden neerslaat. De onderzoekers vinden de eenvoud en voorspelbaarheid van de 30%-regeling van belang. Door gebruik te maken van de regeling wordt bespaard op administratieve lasten.

De conclusie van de onderzoekers is dat de 30%-regeling doeltreffend is. Over de doelmatigheid van de regeling doen de onderzoekers minder stellige uitspraken, al menen zij wel dat de opbrengsten groter zijn dan de kosten. Daarmee zou de regeling ook doelmatig zijn.
De onderzoekers denken dat de volgende aanpassingen een positief effect kunnen hebben op de regeling:

  1. verkorting van de looptijd naar vijf of zes jaar;
  2. vergroten van de 150-km-grens;
  3. verlaging van het forfait bij inkomens boven € 100.000.

Andere aanpassingen liggen volgens de onderzoekers minder voor de hand.