Kamerbrief pensioenonderwerpen

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over enkele pensioenonderwerpen.

Witte vlekken in pensioenland
Nadat uit onderzoek van het CBS was gebleken dat circa 4% van de werknemers tussen 25 en 64 jaar met een fiscaal jaarloon boven het wettelijk minimumloon eind 2013 geen pensioen opbouwde via de werkgever, heeft de staatssecretaris gevraagd om nader onderzoek. Een deel van de werknemers bleek ten onrechte als niet pensioenopbouwend te zijn aangemerkt vanwege het feit dat zij geen werknemersbijdrage betaalden. In het nadere onderzoek is een uitsplitsing gemaakt naar bedrijfssectoren met de grootste witte vlekken op pensioengebied. Het gaat dan met name on de commerciële dienstverlening. Op basis van een recente Algemene Maatregel van Bestuur is de pensioenaansprakenstatistiek opgenomen in de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek. Levering van pensioenaansprakengegevens is daarmee verplicht geworden. Dat moet het mogelijk maken om in de nabije toekomst de werkelijke omvang van de witte vlek in kaart te brengen.

Toezegging tijdelijke overbruggingsregeling
De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer toegezegd om te zien of er mogelijkheden zijn om de tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR) te verbeteren. Eerder is de OBR al op een aantal punten gewijzigd. De OBR is een minimumvoorziening voor mensen met een laag inkomen en weinig vermogen die door de verhoging van de AOW-leeftijd worden geconfronteerd met een inkomenstekort waarop zij zich niet hebben kunnen voorbereiden. De regeling bevat voorwaarden die overeenkomen met de voorwaarden voor de bijstand. Er is daarom geen ruimte om de voorwaarden van de OBR te versoepelen. Ook is er geen budgettaire ruimte voor versoepeling.

Grensoverschrijdende pensioenregelingen
Onder de huidige wet- en regelgeving kan een Nederlandse pensioenregeling worden uitgevoerd door een pensioeninstelling uit een andere lidstaat van de EU. De keuze om een pensioenregeling bij een bepaalde pensioenuitvoerder onder te brengen is een verantwoordelijkheid van sociale partners. Het aantal Nederlandse pensioenregelingen dat in een andere lidstaat wordt uitgevoerd is zeer beperkt. Het gaat om ongeveer 0,1% van het aantal deelnemers en van het belegd vermogen. Verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen kunnen niet in een andere lidstaat worden uitgevoerd. Bij grensoverschrijdende pensioenregelingen gaat het met name om regelingen van een beperkt aantal multinationals.
Met de herziening van de Europese pensioenfondsenrichtlijn blijft het mogelijk dat een Nederlandse pensioenregeling wordt uitgevoerd door een pensioeninstelling uit een andere lidstaat. Onder die richtlijn worden de posities van deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en van De Nederlandsche Bank als toezichthouder versterkt.