Kamervragen aanpassing arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aan verhoogde AOW-leeftijd

In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het niet doorlopen van WAO- en WIA-verzekeringen tot de verhoogde AOW-gerechtigde leeftijd.De staatssecretaris maakt in de beantwoording van de vragen onderscheid tussen wettelijke uitkeringen en niet-wettelijke verzekeringen. Wanneer het UWV heeft vastgesteld dat een werknemer recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, loopt de uitkering door tot de werknemer recht op een AOW-uitkering krijgt. Dat geldt ook als de werkgevers als eigenrisicodrager bij een private verzekeraar verzekerd is of was. Bij – door private verzekeraars aangeboden – niet-wettelijke aanvullende verzekeringen kan dit anders zijn. De verzekeraars stellen dergelijke producten zelf samen en bepalen de polisvoorwaarden, waaronder de looptijd. De staatssecretaris vindt het wenselijk dat verzekeraars zorgen voor duidelijkheid over de looptijd en de aansluiting bij de AOW-leeftijd.Volgens de staatssecretaris hebben verzekeraars hun wettelijke producten aangepast en lopen deze door tot een AOW-leeftijd van 67 jaar in 2021 en van 67 jaar en drie maanden in 2022. Voor de niet-wettelijke producten geldt dat verzekeraars hun verzekerden hebben geïnformeerd over de mogelijkheid en de kosten van aansluiting van de eindleeftijd op de nieuwe AOW-leeftijd.