Loonsanctie terecht opgelegd

De werkgever is verplicht het loon van een arbeidsongeschikte werknemer gedurende maximaal 105 weken door te betalen. Het UWV kan de periode van verplichte loondoorbetaling met 52 weken verlengen. Deze verlenging is een sanctie die kan worden opgelegd wanneer de werkgever te weinig re-integratie-inspanningen heeft verricht zonder een deugdelijke grond.

In een procedure bij de Centrale Raad van Beroep voerde een werkgever aan dat het UWV ten onrechte een loonsanctie had opgelegd. Volgens de werkgever kon hem niet worden verweten dat geen bevredigend re-integratieresultaat is behaald. Tijdens een poging tot werkhervatting namen de klachten van de arbeidsongeschikte werknemer toe, met uitval voor het werk tot gevolg. Andere mogelijkheden voor passend werk bij de werkgever zijn niet meer geprobeerd. Het UWV vond dat de bedrijfsarts ten onrechte had vastgesteld dat er geen benutbare mogelijkheden waren. De werkgever had volgens het UWV onvoldoende onderzocht of er passend werk of andere mogelijkheden voor de werknemer waren en vervolgens te laat buiten de eigen organisatie gezocht naar mogelijkheden voor de werknemer.

De Centrale Raad van Beroep is van oordeel dat de werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratiewerkzaamheden, zonder dat daarvoor een deugdelijke reden is aangevoerd. Het UWV heeft de loonsanctie terecht opgelegd.