Nieuwe periode loondoorbetalingsverplichting

Werknemers hebben recht op doorbetaling van loon tijdens ziekte. De werkgever is verplicht om gedurende maximaal 104 weken waarin de werknemer door ziekte niet in staat is om te werken het loon door te betalen. Wanneer een werknemer na een periode van ziekte weer hersteld is en zijn werk heeft hervat en vervolgens binnen vier weken weer uitvalt, wordt dat aangemerkt als een voortzetting van de eerste ziekteperiode. Dat betekent dat er geen nieuwe termijn van verplichte loondoorbetaling gaat lopen. Er geldt dan slechts een verplichting gedurende de resterende periode tot de periode van 104 weken is volgemaakt.

Een arbeidsongeschikte werknemer verzocht in een procedure om doorbetaling van loon. De werkgever beriep zich op het verstrijken van de verplichte termijn van loondoorbetaling. Volgens de werkgever waren sinds een eerdere, langdurige ziekteperiode van de werknemer minder dan vier weken verstreken waarin de werknemer had gewerkt. De vraag, die in de procedure beantwoord moest worden, was wanneer aan de eerdere periode van arbeidsongeschiktheid een einde was gekomen. Bepalend voor het antwoord op deze vraag was wat de bedongen arbeid van de werknemer inhield. De werkgever verwees hiervoor naar de arbeidsovereenkomst, waarin stond dat de werknemer zijn werkzaamheden in een bepaalde regio zou verrichten.

Volgens de kantonrechter houdt deze bepaling in de arbeidsovereenkomst niet in dat een werknemer verplicht is om zijn werk steeds op alle mogelijke locaties in die regio te verrichten. De bepaling houdt niet meer in dan een geografische aanduiding van het gebied waarbuiten de werknemer in beginsel niet hoeft te werken. De werknemer voldoet ook aan zijn verplichting om de bedongen arbeid te verrichten wanneer hij in een bepaalde periode niet op alle locaties werkt. De werkgever meende verder dat van het verrichten van de bedongen arbeid alleen sprake was wanneer de werknemer voor alle mogelijke diensten kon worden ingeroosterd. Aanvankelijk was de werknemer op zijn verzoek dichtbij huis tewerkgesteld en hoefde hij tijdens zijn re-integratie geen nachtdiensten te doen. Vanaf eind augustus 2016 verrichte de werknemer weer nachtdiensten.

De kantonrechter oordeelde dat de werknemer in ieder geval eind september 2016 volledig hersteld was en vanaf die datum de bedongen arbeid weer heeft verricht. Op 6 januari 2017 viel de werknemer uit. Aangezien de werknemer tussen eind september 2016 en januari 2017 meer dan vier weken aaneengesloten had gewerkt, stelde de kantonrechter vast dat een nieuwe periode van verplichte loondoorbetaling van maximaal 104 weken is begonnen op 6 januari 2017. De vordering van de werknemer tot betaling van loon is door de kantonrechter toegewezen.