Ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet is een ingrijpende maatregel met verstrekkende gevolgen voor de werknemer. Daarom vereist de wet dat er een dringende reden is waarom de arbeidsovereenkomst niet langer kan voortduren. Zelfs een slapend dienstverband kan door ontslag op staande voet worden beëindigd. Een slapend dienstverband doet zich voor wanneer een werknemer na twee jaar arbeidsongeschiktheid een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. De dienstbetrekking wordt niet automatisch verbroken na twee jaar arbeidsongeschiktheid.

Een werkneemster van een supermarkt was penningmeester van de personeelsvereniging. Die rol vervulde zij ook nog tijdens haar arbeidsongeschiktheid. Als penningmeester had de werkneemster toegang tot de bankrekening van de personeelsvereniging en de beschikking over de pinpas van de bankrekening. Nadat een nieuw bestuur was benoemd bleek dat er vrijwel geen geld op de rekening van de personeelsvereniging stond door een groot aantal niet verantwoorde opnamen en betalingen. De werkneemster werd wegens verduistering op staande voet ontslagen omdat zij geen sluitende verklaring kon geven voor deze betalingen. Tijdens een strafrechtelijk onderzoek werd verduistering aangetoond.

De kantonrechter liet het ontslag in stand omdat de door de werkgever als dringende reden aangevoerde verduistering vaststond. In hoger beroep heeft Hof Den Bosch de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Het verweer van de werkneemster dat verduistering in haar rol van penningmeester bij de personeelsvereniging haar rol van werkneemster niet raakt, gaat volgens het hof niet op. Alleen personeelsleden van de werkgever kunnen lid worden van de personeelsvereniging. De vereniging wordt gefinancierd uit het loon van het personeel. Het lidmaatschap van de vereniging eindigt van rechtswege bij einde van het dienstverband. De werkneemster heeft de taak van penningmeester alleen kunnen vervullen door haar dienstverband bij de supermarkt. Door de verduistering is het vertrouwen om het geld van het personeel te beheren beschaamd en daarmee ook het vertrouwen van de werkgever in de werkneemster.

Ontslag op staande voet

Wanneer een arbeidsovereenkomst eindigt omdat de werkgever of de werknemer door opzet of schuld de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, heeft de wederpartij recht op schadevergoeding. De kantonrechter kan de vergoeding matigen maar niet verder dan tot het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij toepassing van de wettelijke opzegtermijn zou hebben voortgeduurd.

Nadat de Raad van Commissarissen van een woningbouwvereniging het vertrouwen in de directeur had opgezegd, werd met hem een vaststellingsovereenkomst gesloten. De arbeidsovereenkomst zou met wederzijds goedvinden worden beëindigd per 1 september 2018, waarbij de directeur recht zou hebben op de wettelijke transitievergoeding. In de vaststellingsovereenkomst was een voorbehoud gemaakt voor een mogelijke dringende reden voor ontslag op staande voet, die zich zou kunnen voordoen na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst. De Raad van Commissarissen had een onderzoek laten doen naar enkele handelingen van de directeur. De resultaten van het onderzoek waren aanleiding om de directeur op staande voet te ontslaan, ondanks de vaststellingsovereenkomst. De reden van het ontslag op staande was gelegen in de aanschaf van een te dure bedrijfsauto en een vastgoedtransactie tegen een te lage prijs. Die te lage prijs was verhuld door de koopsom deels te compenseren met valse facturen van de koper. Ook de aankoop van de te dure auto was verhuld, door naast de factuur voor een minder dure versie van de auto de leverancier een factuur op te laten maken voor het verschil in prijs tussen de geleverde, te dure versie en de gefactureerde versie.

De kantonrechter deelde de opvatting van de werkgever dat de directeur zijn werkgever had misleid. De gedragingen van de directeur in beide kwesties waren zo ernstig verwijtbaar dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven.

De werkgever vorderde schadevergoeding van de directeur ter grootte van twee maandsalarissen. De directeur had de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van een maand kunnen beëindigen per 1 augustus 2018. Volgens de vaststellingsovereenkomst zou de arbeidsovereenkomst eindigen per 1 september 2018. De kantonrechter had de bevoegdheid om de verzochte vergoeding met maximaal één maandsalaris te matigen. Van die bevoegdheid heeft de kantonrechter geen gebruik gemaakt, omdat de directeur het verzoek tot matiging niet had onderbouwd.

Ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet is een ingrijpende manier van beëindiging van een dienstbetrekking. Daarom vereist ontslag op staande voet een dringende reden en moet het ontslag onverwijld worden aangezegd. Een ontslag op staande voet wordt vaak gevolgd door een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zeker te stellen voor het geval niet aan de voorwaarden voor het ontslag op staande voet zou zijn voldaan.Een op staande voet ontslagen werknemer eiste in kort geding doorbetaling van zijn salaris. Naar zijn mening was het ontslag niet rechtsgeldig wegens het ontbreken van een dringende reden. Daarnaast zou het ontslag niet onverwijld zijn gegeven. De voorzieningenrechter wees de vordering van de ontslagen werknemer toe. Volgens de rechter ontbrak een dringende reden. In hoger beroep oordeelde het gerechtshof anders.De werknemer was proces operator bij een bedrijf in de voedingsmiddelenindustrie. Een van zijn taken was het uitvoeren van controles tijdens de productie. De gegevens van deze controles moesten geregistreerd worden. De werknemer was al eerder gewaarschuwd wegens het niet naleven van de controlevoorschriften. Hem was duidelijk gemaakt dat bij een volgende overtreding ontslag zou volgen. Een directe collega was om deze reden ontslagen. Na dat ontslag organiseerde de werkgever een informatiebijeenkomst waarin het belang van het uitvoeren van controles en het naar waarheid invullen van de gegevens nogmaals onder de aandacht werd gebracht. Tien dagen na deze bijeenkomst voerde de werknemer geen controle uit. Wel registreerde hij gegevens alsof hij de controle had uitgevoerd. Het hof vond, gezien het belang van de voedselveiligheid en de kwetsbare reputatie van bedrijven in die sector, dat de werkgever een dringende reden voor ontslag op staande voet had. Het ontslag was onverwijld gegeven. De werkgever had de werknemer direct nadat was vastgesteld dat hij de controles niet had uitgevoerd geschorst. Vervolgens was een onderzoek ingesteld. Nadat het onderzoek was afgerond had de werkgever de werknemer ontslagen.