Opzegverbod tijdens ziekte

Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid moet voor een ontslag om bedrijfseconomische redenen vooraf toestemming bij het UWV worden gevraagd. Als het UWV geen toestemming geeft, kan de werkgever binnen twee maanden bij de kantonrechter een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst om bedrijfseconomische redenen indienen. Tijdens arbeidsongeschiktheid van de werknemer geldt een opzegverbod. Dat geldt echter niet als de arbeidsongeschiktheid is ontstaan nadat het UWV het verzoek om toestemming heeft ontvangen. Wanneer het UWV geen toestemming heeft verleend, kan een na het indienen van het verzoek ontstane arbeidsongeschiktheid wel leiden tot een opzegverbod als de werkgever vervolgens een ontslagverzoek indient bij de kantonrechter. Het opzegverbod geldt niet als de ziekte een aanvang heeft genomen nadat het verzoek om ontbinding door de kantonrechter is ontvangen.

In een procedure bij de kantonrechter na de afwijzing door het UWV van een verzoek om toestemming is duidelijk gemaakt dat deze procedure geen verlenging of herkansing is van de procedure bij het UWV. Het gaat om twee afzonderlijke procedures. De procedure bij de kantonrechter is ook geen hoger beroep tegen de beslissing van het UWV. De uitzondering op het opzegverbod bij ziekte die is ingetreden na de indiening van een verzoek om toestemming voor ontslag bij het UWV werkt niet door naar een daarop volgende procedure bij de kantonrechter.

Opzegverbod tijdens ziekte

Tijdens de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid van een werknemer is de werkgever verplicht om het loon door te betalen en om zich in te spannen voor re-integratie van de werknemer in het arbeidsproces. Die re-integratie kan zowel binnen het bedrijf van de werkgever plaatsvinden als elders. Gedurende de eerste twee jaar van ziekte geldt een verbod om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Vanwege dat verbod wees de kantonrechter een door een werkgever ingediend ontbindingsverzoek af. De werkgever beriep zich op een door de werknemer veroorzaakte verstoring van de arbeidsrelatie. De arbeidsongeschiktheid van de werknemer werd veroorzaakt door psychische problemen. Volgens de kantonrechter vormden deze problemen een mogelijke verklaring voor het afwijkende gedrag van de werknemer. Dat was aanleiding om het opzegverbod tijdens ziekte toe te passen. De kantonrechter was van oordeel dat de werknemer in ieder geval in staat was om op termijn te re-integreren in passend werk bij een andere werkgever. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op het verzoek van de werkgever zou een einde maken aan diens verplichting om zich in te spannen voor re-integratie van de werknemer.