Vergoeding voor immateriële schade vormt geen loon

Ieder bedrag dat een werknemer ontvangt van zijn werkgever vormt in beginsel loon uit dienstbetrekking. Er is geen sprake van belastbaar loon wanneer het verband tussen de dienstbetrekking en een betaling aan een werknemer zo zwak is dat de betaling niet als uit de dienstbetrekking genoten kan worden aangemerkt. Een voorbeeld daarvan is een vergoeding voor geleden immateriële schade.

De Hoge Raad heeft onlangs in twee zaken, die beide een politieambtenaar betroffen, geoordeeld dat een vergoeding niet belast omdat deze niet uit de dienstbetrekking voortvloeide.

De eerste zaak betrof een politieman die bij zijn ontslag een financiële compensatie ontving voor leed dat hem was aangedaan door incidenten tijdens werktijd en voor de opgelopen stagnatie van zijn loopbaanontwikkeling. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden en de Hoge Raad was van belastbaar loon geen sprake. De vergoeding was daarom onbelast. De compensatie was bedoeld voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht.

De tweede zaak betrof een uitkering door de in 2010 opgerichte Stichting Waarborgfonds Politie. Doel van het waarborgfonds is het verstrekken van uitkeringen aan politieambtenaren die schade hebben geleden door een dienstongeval of als een gevolg van de dienstuitvoering. Een brigadier van politie die in 2009 een dwarslaesie opliep, ontving in 2011 van het waarborgfonds een bedrag van € 100.000 netto. Het brutobedrag van € 172.413 werd in de aanslagregeling betrokken. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden ging het voor een bedrag van € 100.000 om een uitkering die geen loon uit dienstbetrekking vormde. De uitkering vloeide niet voort uit de rechtspositionele regeling van de brigadier met zijn werkgever.